mei 01
Het is een grappig beestje, de tapir. Lichtelijk nurks en neurotisch, heeft het toch met regelmaat die zonnige dispositie die werkelijk niet uit te roeien beesten tentoon weten te stellen. Nu wil ik hier in de introductie niet alvast al mijn kruit verschieten, dus laten we snel doorgaan naar de lijst!
- De Aziatische tapir is letterlijk niet weg te slaan uit Zuid-Azië, waar hij het liefst vertoeft en zelfs zo verknocht is aan de plaatselijke grondsamenstelling dat hij menige vakantie daar doorbrengt. Er zijn pogingen geweest om hem er weg te halen, maar van de consequenties zullen wij hier maar niet spreken…
- Hoewel het moeilijk te vermoeden is en één van de best bewaarde geheimen is die de tapir nog voor de rap optrekkende mensheid heeft, bestaat er weinig verschil tussen zijn voorouders en de moderne tapir. Ja, zij lijken werkelijk zo op elkaar dat zelfs een tapirkenner zijn meerdere zou moeten bekennen en met de staart tussen de benen zou moeten wegsluipen.
- Het is niet meteen van zijn uiterlijk af te lezen, maar de tapir is een echt waterdier dat vaak aan de rand van allerlei meertjes en beekjes leeft. Hoewel hij zich staande en levende kan houden in de droge wouden, mocht het lot hem daar brengen, zal de echte nautische tapir een zucht van verlichting niet kunnen tegenhouden als hij zich weer in de buurt van H2O bevindt.
- Een tapir zal zo’n dertig kaarsjes op zijn tapirtaart krijgen, alvoor hij zijn laatste adem uitblaast en de eeuwige jachtgronden gaat verkennen. Dit mag dan misschien kort dag schijnen voor ons mensen, maar een tapir met een beetje goede wil kan 1001 zaken bereiken in die luttele jaren. Een MBO-diploma lassen, cum laude in de Medicijnen afstuderen en het hink-stap-springen op quasi-Olympisch niveau beoefenen zijn maar enkele voorbeelden van de kwalificaties die een rechtschapen en hardwerkende tapir op zijn CV zou kunnen zetten.
- Het fysieke figuur van een tapir laat zien dat dit een dier is dat zijn mannetje kan staan als het er op aan komt. Niet alleen heeft het vlijmscherpe tanden en hoeven, het kan ook de snelheid van de TGV evenaren, met het extra voordeel dat het hem bespaard blijft uiteindelijk in Parijs aan te komen en aldaar tussen naar knoflook ruikende Fransen te moeten verblijven. Mocht dit toch gebeuren is het geenszins een probleem voor de tapir; zoals de meeste nijvere dieren is het leren van een taal geen obstakel voor hem. In feite is de tapir tot nu toe het enige dier gebleken dat zijn onderzoekers binnen drie dagen in hun eigen taal kon begroeten en een eenvoudig praatje kon houden over ditjes en datjes.
- De meeste tapirs gedijen goed op een dieet van bladeren en takjes, maar het is de meeste onderzoekers niet ontgaan dat de meer extraverte van hen maar al te vaak verlangend en kwijnend naar de broodjes kijken die de onderzoekers zelf voorgeschoteld krijgen. Ook is het wel eens voorgekomen dat een avonturistische tapir een culinaire uitvlucht aan het plannen was met de pannen en potten van het onderzoekskamp, ongetwijfeld om het dagelijks menu wat op te vrolijken met een smakelijke omelet, alvorens de gedupeerde onderzoekers zijn buitensporige plannen inperkten.
Wij zouden nog uren op deze voet door kunnen gaan, ware het niet dat wij onze lezers kennen en weten dat zij zich op een (werk)dag graag laven aan méérdere WSNO-artikelen.
In de volgende aflevering van “Feiten over…”: De llama!
Geen gerelateerde berichten.



