Uit de toekomstige dichtbundel “Maar hoe zit het nu met de Drent” brengt WSNO dit gedicht over dichten uit.
Van alle kwaden die de mens teisteren
Tergen, treiteren en verbijsteren
Is er geen die zo aanspoort tot dichterlijke kweling
Als pure, geestverlammende verveling
Men noemt de liefde als poëtische drijfveer
Maar zelfs in dat geval blijkt nog meer
Dat zij die de liefde niet kunnen bedrijven
Niets anders rest dan erover te schrijven
Er is niets als een oorlog om de mens te inspireren
Maar de epische dichters waren geen vechtende heren
Geen wolkje kruit raakte het papier, en de glans van het vizier
Bestond alleen in hun geestdrift en d’streling van de lier
Is daarom de ridder de mindere man?
De minnaar geen winnaar daar hij niet dichten kan?
Welnee, niet zolang het adagium blijft bestaan;
Wie als eerste vertrekt, komt nooit als laatste aan.
Emma
Geen gerelateerde berichten.



