Misschien dat het een gevolg is van het kopen van een eigen huis, misschien is het omdat we nu volwassen zijn, misschien is het zelfs een teken van de tijd, maar ik zou eerlijk gezegd willen dat ik terug kon naar de tijd waarin ik mijn buren niet kende, niets van ze afwist en niet met ze omging.
Natuurlijk had ik af en toe wel last van ze, als mijn aardige buurjongen bijvoorbeeld weer dagen achtereen op zijn trombone aan het oefenen was omdat er weer een aubade of optocht aankwam en zelfs de meest simpele melodietjes eindeloos moest herhalen om ze onder de knie te krijgen, of als onze andere buren weer ruzie hadden (lees: de buurman het op zijn heupen kreeg en de buurvrouw alle hoeken van het huurhuis liet zien, waarna ze dagen lang niet naar buiten kwam en de buurdochter elke avond aan het schreeuwen was). Maar dat waren, zo terugkijkend, toch vredigere dagen.
Ons eerste eigen huis hadden we weliswaar niet gekocht, maar we kregen er toch een buurvrouw c.q. huisgenoot bij. Deze militaire verbleef godzijdank grote delen van haar tijd op de kazerne, waardoor we niet heel veel tijd hoefden te besteden aan socialiteiten. Helaas werden we wel veelvuldig geconfronteerd met haar afschuw voor hygiëne en twijfelachtige normen en waarden op het gebied van het bewaren van voedsel (3 muizenplagen zeggen genoeg, neem ik aan..)
Als ik echter geweten had dat we ons zelfs bij die situatie nog in de handjes moesten knijpen, dan had ik misschien nooit het plan opgevat om te gaan verhuizen naar een eigen woning. (Okay, technisch gezien móesten we wel verhuizen, maar dan was ik met een tent gaan bivakkeren in de tuin.)
De buurt waar we nieuw inkwamen leek lekker rustig en bedaard. Tenminste, op die manier werd hij door de makelaar gepromoot. Enkele mensen met kinderen, wat oudere mensen, en een paar huizen waarvan je überhaupt geen idee had wie er woonden, omdat er nooit iemand in- of uitkwam. Met de dagen, weken en maanden kwamen we er echter achter dat er een ingewikkelde wereld van eigenaardige persoonlijkheden achter al die nette voordeuren verscholen lag. Een paar voorbeelden:
Onze overbuurman-en-dan-3-huizen-naar-links bracht op een dag onze container terug, nadat wij hem schandalig lang aan de straat hadden laten staan, en begon vanaf die dag op de hoek diergeluiden na te doen (vogels, katten en op speciale dagen een hond). Of het één met het ander verband houdt, durven we niet te zeggen. Wel weet ik dat ik vanaf dat moment direct nadat ik de vuilniswagen heb horen vertrekken naar buiten sprint om de container zelf weg te halen.. Je weet maar nooit.. straks besluit hij te gaan buikdansen..
Onze andere buurman-direct-naast-ons verloor zijn vrouw precies op de dag dat wij in ons huis trokken. Wederom heb ik geen idee of wij op de een of andere manier haar ontslapen hebben bespoedigd, maar het zet je wel aan het denken over je eigen sterfelijkheid. De man zelf bleef gelukkig nog wel een tijdje in leven (lang genoeg om toe te staan dat wij over achtertuinhek een weerbarstig konijn konden bespringen om hem op die manier te dwingen terug naar huis te keren), maar vertrok ook snel daarna naar de eeuwige jachtvelden. (Na zijn vertrek trokken er Polen in het huis, die tot nu toe, op wat luidruchtige feesten na, verontrustend normaal lijken.)
De buurman-aan-de-andere-kant is, zoals je misschien op dit punt wel begint te vermoeden, een geval apart. Zijn leven lijkt te bestaan uit een schier oneindige aaneenschakeling van in de tuin werken, ruzie met zijn dochters maken, in de muur boren om 10 uur ’s avonds, ons negeren als we hem ergens tegenkomen, afgewisseld met maniakaal vriendelijke buurgesprekjes (bijvoorbeeld, als ik weer eens tijdens het inparkeren met de auto over zijn perkje heen ben gereden..) waarin ik verwacht dat hij tenminste íets van wrevel laat zien, en hij me ondertussen immens sereen aankijkt alsof hij stilletjes het plan uitwerkt om ons huis midden in de nacht plat te branden.
In het gamma van DSM-figuren blijven dan nog over: de overbuurman-en-dan-1-huis-naar-links die elke avond rond 11 uur aan zijn auto/brommer gaat sleutelen en als test dan nog eventjes, luid knetterend, 2 rondjes door de buurt heen rijdt, de overbuurvrouw die als een kluizenaar leeft en alleen elke paar dagen met een taxi wordt opgehaald en weer afgeleverd, en een ijverige parochiaan die, ondanks onze meervoudig geuite verzekeringen dat wij echt geen kinderen hebben, elke week minstens 3 folders met uitnodigingen voor bijbelkleurplaatsessies in de lokale kerk door de bus doet.
Van de andere kant, ik kan natuurlijk wel klagen (en dat doe ik ook vaak), maar het heeft ook allemaal zo zijn momenten. Genieten van de buurt doe je pas echt als je op warme lenteavonden nog even buiten in de tuin zit in een luie stoel, met een behaaglijk briesje langs je gezicht, een fris glaasje van het een of ander, en het zachte getjilp van de buurman op de achtergrond..
Emma, WSNO
Geen gerelateerde berichten.



